Paul vertelt over zijn moeder
in Het Venenhuis

De moeder van Paul Ververda, mevrouw van ’t Klooster, woont sinds december 2015 in Het Venenhuis. Paul vertelt over zijn ervaringen.

“Moeder woont hier sinds december 2015. Ze zat hiervoor in een aanleunwoning van Groote & Voorster in het centrum van Deventer. Ze woonde alleen, maar het ging niet meer. Het was niet meer verantwoord, maar ze was te trots om een meldknop te dragen. Gelukkig is het goed gegaan.

Ze is nu 91 en is pas met 83 jaar naar een aanleunwoning gegaan, maar het ging steeds verder achteruit. Op een gegeven moment is haar pinpas gestolen en is zij veel geld kwijtgeraakt. We hebben toen het beheer van het geld overgenomen. Boodschappen kon ze zelf niet meer doen, dat deed ik voor haar, want ze kon niet meer zelfstandig over straat lopen. Vervolgens ging ze naar een dagbesteding, maar daar vond ze niks aan. Er moest dus iets gebeuren.”

De verpleeginrichting, die bij de aanleunwoning hoorde, was niets voor haar. Een maatschappelijk werkster wees ons toen op de opening van Het Venenhuis. In eerste instantie hebben we daar niks mee gedaan, totdat ze twee keer achter elkaar was gevallen. Bij de laatste val is ze zwaar op haar hoofd gevallen en moest ze naar het ziekenhuis. Ze besefte zelf nu ook dat het thuis niet meer ging. We zijn toen bij Het Venenhuis gaan kijken. De middag erna was alles geregeld. Mijn moeder kon vanuit het ziekenhuis meteen terecht in Het Venenhuis. Op 11 december 2015 is ze verhuisd.

De zorg was geweldig! Overdag werd mijn moeder met bed en al naar beneden gehaald.

Na ruim een jaar bevalt het ons nog steeds prima. Er is regelmatig contact met de zorg. Vaak als de telefoon gaat schrik ik nog steeds: er zal toch niets gebeurd zijn. Een keer was mijn schrikreactie terecht. Ze was uit bed gevallen en had haar heup gebroken. Ze moest naar het ziekenhuis. Daar werd ons en mijn moeder de vraag gesteld: wel of niet opereren? Het risico om mensen met dementie te opereren is erg groot, want ze kunnen een delier krijgen en daar uiteindelijk aan overlijden. Aan de andere kant is, als je niets doet, een gebroken heup ook fataal. We stonden voor een heel moeilijke keuze. Mijn moeder heeft toen zelf besloten om geopereerd te worden. Na de operatie kreeg ze een delier, maar mocht toch terug naar Het Venenhuis. Er volgde zeer intensieve zorg met o.a. ergotherapie, en een aangepast laag/laag bed, waar een hek wel of niet voor kan.

En de zorg was geweldig! Overdag werd mijn moeder met bed en al naar beneden gehaald. Daarna kreeg ze eerst een gewone rolstoel en vervolgens een aangepaste rolstoel. Gelukkig is ze goed uit de delier gekomen en weet ze zelfs dingen weer. Er zijn weer heldere momenten.

De persoonlijke benadering bij Het Venenhuis is bijzonder. Je bent kind aan huis, iedereen kent je bij de voornaam en je wordt goed op de hoogte gehouden. Er is een goede activiteitenbegeleiding. Ze wandelen veel met de mensen en er worden spelletjes gedaan. De zorg houdt goed in de gaten dat de mensen niet verzanden in eenzaamheid. Er is hier altijd ‘reuring’.”

Meer persoonlijke verhalen

Iedereen heeft een verhaal. Lees de ervaringen van bewoners, echtgenoten, zonen en dochters over het wonen en de zorg in een van de huizen van Dagelijks Leven.

  • Mijn moeder is in een half jaar tijd 250% erop vooruitgegaan door de goede zorgen van het personeel. Het is wonderbaarlijk hoe goed het met haar gaat. Ze heeft echt een transformatie ondergaan: letterlijk aantoonbaar! Ze bloeide gewoon op, zowel lichamelijk als geestelijk.

  • Het gaat erom dat je als kind met een gerust hart weg kunt gaan. Dat had ik in het andere verpleeghuis nooit. De sfeer, het huiselijke dat maakt dat mijn moeder zich hier prettig voelt.

  • “Het voelde als een warme deken. De oude school, die mijn moeder nog kende van vroeger. De grote tuin. De vrijheid die de mensen hier hebben, ondanks dat het gesloten is. En ze zijn lief voor de mensen. Ze krijgen hier écht liefdevolle zorg.”

  • De persoonlijke benadering bij Het Venenhuis is bijzonder. Je bent kind aan huis, iedereen kent je bij de voornaam en je wordt goed op de hoogte gehouden. We kennen elkaar gewoon allemaal, het is vertrouwd.

  • Het woord genieten heeft voor mij veel meer waarde dan zorg. Als mijn vader in een grote zorgorganisatie had gezeten, waar alleen zorg zou zijn geweest, dan was mijn vader er niet meer geweest. We hebben nu extra reservetijd gekregen. Ik besef heel goed hoe kostbaar dit is.

  • Je wordt echt betrokken bij dingen. Voor de bewoners wordt veel gedaan, maar ook de familie vergeten ze niet. Met Kerst bijvoorbeeld hebben ze echt uitgepakt: een high tea voor de bewoners en iedereen mocht een familielid meenemen. Het was echt fantastisch!