Vandaag draai ik een nachtdienst mee om eens sfeer te proeven en beeld te krijgen bij de werkzaamheden in de nacht. Laura en ik komen gelijktijdig binnen. Zij is een jonge IG-er die voor het eerst van haar leven een nachtdienst draait. Ik ben een locatiemanager die sinds haar 23ste geen nachten meer heeft gewerkt. Voor beiden dus even wennen, maar dat schept een band.

Terwijl Ivonne ons de bijzonderheden van de avond vertelt, hoor ik zacht geschuifel op de gang. Het is meneer Tiny die nu twee weken bij ons woont. Ik loop hem tegemoet. In de stille gangen geven de nachtlampjes een aangenaam licht. “Bent u op zoek naar uw kamer?”, vraag ik hem zachtjes. In zijn hand een pakje met nog vier heerlijke stroopwafels. “Nee,” zegt meneer Tiny, “ik ben op zoek naar iemand die een lekker kopje thee kan zetten, zodat ik deze stroopwafels nog even op kan eten. Ik ben een echte snoeperd,” voegt hij er verontschuldigend aan toe. Ik loop met hem naar de huiskamer op de 1e verdieping. De schemerlampjes zijn nog aan en uit de radio klinkt zacht klassieke muziek. “Welk smaakje past het beste bij uw stroopwafels?” Hij kiest voor Rooibos. “Doe je gezellig met mij mee?”, vraagt hij vriendelijk.

En even later zitten we samen in de gemakkelijke stoelen met een kopje thee en een stroopwafel en praten we over de dag die naar zijn zeggen behoorlijk druk was. Hij heeft vandaag wel 30 gehaktballen gedraaid aan de grote tafel in de keuken. En vanavond heeft hij met zijn familie belangrijke zaken besproken. Genietend van zijn tweede stroopwafel horen we de kerkklok 12 uur slaan. “Tijd om naar bed te gaan”, zegt meneer Tiny. “Ik slaap hier als een roos en dat is fijn; zeker omdat ik voor de rest nog erg moet wennen.” Ik begeleid hem naar zijn kamer en wens hem een goede nacht. “Wil je nog een stroopwafel?”, fluistert hij.